Constructi automatiseert het werk per vak, van de aanvraag tot de offerte. Voor een producent of bouwer van CLT begint dat bij het plan van de architect.
Zo loopt een aanvraag
Dezelfde woning als in de video, stap voor stap.
1. Het plan van de architect komt binnen
Een aanvraag komt per mail binnen, met het plan als pdf. Het platform leest de gronden van gelijkvloers, verdieping en zolder, de snede en de vier gevels. Uit de snede komen de vloerpeilen en de dakhelling van 40 graden, uit de gevels de hoogte van elk raam en elke deur.
2. Een 3D-model met het paneelraster
Op het plan groeit het 3D-model van de woning, op de bestaande kelder. Daarna komen de CLT-panelen op wanden, vloeren en dak.
Paneelhoogte, maximale lengte, dikte en voegregel zijn instellingen. Met panelen tot 2,95 m hoog en 16,5 m lang wordt elke wand per verdieping één liggend paneel, met de openingen uitgefreesd. Dat geldt ook voor de dragende binnenwanden.
3. De aansluitingen volgens het systeemdetail
Vloer en wand sluiten aan als platform (Stora Enso, Construction details 04/2012, 5.1): de CLT-vloer ligt op de wand en loopt door tot de buitenkant ervan, de wand van de verdieping staat op de vloer. Het gevelblad met houtvezelisolatie staat op de kelderwand en loopt ononderbroken voor de vloeren door tot onder het dak; de welfsels lopen onder de CLT-wand door tot tegen de isolatie.
Voor deze woning gelden twee systeemregels. Aan de dakvoet ligt de CLT-dakplaat op een schuine dakvoetregel op de zoldervloer, boven de wand (Stora Enso 6.1). Het dak loopt als vouwplaat van goot tot nok zonder gording (Stora Enso 6.7); de zoldervloer houdt de twee dakvoeten samen.
4. In de BIM-viewer
De doorsnede op de lijn van Snede AB ligt naast de tekening van de architect. Elk paneel is een element: u klikt het aan en ziet zijn maat, systeem, gewicht, uitsparingen en waar het op het plan staat.
5. De berekening van wand en vloer
Een eindige-elementenberekening op de echte panelen, door alle lagen heen. Het wandpaneel van de voorgevel krijgt de wind en de last van dak en wand, met deur en raam eruit. Het vloerpaneel ligt over drie steunpunten met 6,0 en 4,3 m overspanning.
KLH 180 haalt doorbuiging en spanning, maar trilt te laag. Het platform kiest de dikte die elke toets haalt: KLH 240 in zeven lagen.
| Toets | Resultaat |
|---|---|
| CLT-wand, doorbuiging onder wind (grens H/300) | 0,64 ≤ 9,3 mm |
| CLT-wand, druk in de staande lagen | 2,2 ≤ 15,4 N/mm² |
| CLT-wand, knik (handberekening) | 0,08 ≤ 1 |
| CLT-vloer, eigenfrequentie KLH 180 | 6,7 Hz < 8 Hz ✗ |
| CLT-vloer, eigenfrequentie KLH 240 | 8,38 ≥ 8 Hz |
| CLT-vloer KLH 240, w_inst nuttig (L/300) | 3,1 ≤ 20,0 mm |
| CLT-vloer KLH 240, buiging · rolschuif | 4,3 · 0,14 N/mm² |
Wind volgens EN 1991-1-4 (26 m/s, terrein II), toetsing volgens EN 1995-1-1, materiaalwaarden van KLH (ETA-06/0138, DoP 2025).
6. Warmteverlies en koellast per ruimte
Met de U-waarden van de opbouw rekent het platform per ruimte het warmteverlies uit volgens EN 12831-1. Voor de zomer berekent EnergyPlus de koellast op een ontwerpdag in Brussel, met de voorgevel naar het noordwesten.
| De woning | |
|---|---|
| warmteverlies (buiten −8 °C) | 5 505 W |
| koellast, piek | 5 676 W |
| warmtevraag per jaar | 6 308 kWh |
| koelvraag per jaar (26 °C) | 1 543 kWh |
| U buitenwand · hellend dak · raam | 0,18 · 0,21 · 1,1 |
| Warmteverlies per ruimte | |
|---|---|
| leefruimte en keuken (20 °C) | 1 780 W · 25,8 W/m² |
| bureel (20 °C) | 254 W · 28,4 W/m² |
| inkom en trap (18 °C) | 312 W · 15,6 W/m² |
| wc (18 °C) | 34 W |
| douche (24 °C) | 224 W |
| slaapkamer 1 (18 °C) | 262 W · 15,7 W/m² |
| dressing (18 °C) | 86 W · 8,6 W/m² |
| slaapkamer 2 (18 °C) | 253 W · 16,8 W/m² |
| badkamer (24 °C) | 771 W · 44,1 W/m² |
| wasplaats (18 °C) | 137 W · 11,8 W/m² |
| slaapkamer 3 (18 °C) | 277 W · 25,1 W/m² |
| overloop (18 °C) | 192 W · 8,4 W/m² |
| zolder (16 °C) | 1 220 W · 11,7 W/m² |
Buiten −8 °C (NBN EN 12831-1 ANB), 309 m² verwarmde vloer.
7. De stuklijst
De stuklijst komt uit hetzelfde model als de berekening: elk paneel met zijn maat, dikte, oppervlakte, gewicht en de openingen die eruit gefreesd zijn.
| Onderdeel | Aantal · hoeveelheid |
|---|---|
| wandpanelen gelijkvloers, 100 mm | 26 · 202,0 m² |
| wandpanelen verdieping, 100 mm | 14 · 165,2 m² |
| wandpanelen zolder, 100 mm | 4 · 42,5 m² |
| vloerpanelen verdieping, 240 mm | 5 · 110,6 m² |
| vloerpanelen zolder, 180 mm | 4 · 105,2 m² |
| dakpanelen plat dak achterbouw, 180 mm | 2 · 31,8 m² |
| dakpanelen hellend dak, 160 mm | 10 · 168,1 m² |
| dakvoetregels GL24h | 4 · 19,9 m |
| panelen netto · bruto | 825,4 · 972,2 m² |
| panelen volume · gewicht | 119,0 m³ · 59,5 t |
Netto is het paneel zelf na de uitsparingen, bruto de rechthoek waaruit het gefreesd wordt. Alleen de twee zoldergevels zijn in twee stukken gedeeld, omdat ze hoger zijn dan 2,95 m. De wanden tellen ook de dragende binnenwanden.
Rekenwaarden en bronnen
Wat niet op het plan staat, rekent het platform met deze waarden. Elk van die waarden is een instelling.
| CLT | KLH (ETA-06/0138, DoP 2025): λ 0,12, E 12 000 N/mm², rolschuif 50 N/mm², fc,0,k 24 N/mm²; tot 2,95 × 16,5 m; wand 100 mm 3s 30 / 40 / 30; vloer verdieping 240 mm 7s, zolder 180 mm 5s, dak 160 mm |
| aansluitingen | Stora Enso, Construction details 04/2012: platform (5.1), dakvoetregel (6.1), nok zonder gording bij een vouwplaat (6.7). Systeemregels van deze woning: de vloer loopt tot de buitenkant van de wand; aan de dakvoet een schuine regel GL24h op de zoldervloer; dak als vouwplaat zonder gording. |
| voet | gevelblad met houtvezelisolatie op de kelderwand (bovenkant −0,40); de welfsels lopen onder de CLT-wand door tot tegen de isolatie en liggen 100 mm op de kelderwand van 400 mm (aanname) |
| dakvlakken | aan de nok en in de kil is elk dakpaneel verticaal gezaagd op de lijn van de nok of de kil, zodat twee panelen in één naad samenkomen; dat geldt voor dakvlakken met dezelfde helling (aanname) |
| paneelraster | één liggend paneel per wand en verdieping, tot 16,5 m lang, openingen uitgefreesd; dak van goot naar nok |
| isolatie | houtvezel STEICOflex 036 λ 0,036 · PIR Idelco α-therm SARKING XTRA λ 0,022 op het dak |
| wind en sneeuw | EN 1991-1-4: 26 m/s, terreinklasse II · EN 1991-1-3: 0,5 kN/m² |
| vloer | nuttige last 2,0 + 0,5 kN/m² (EN 1991-1-1); doorbuiging L/300, eigenfrequentie ≥ 8 Hz, puntlast 1 kN ≤ 1,5 mm (gekozen grens) |
| warmte | binnen 20 °C leefruimte en bureel, 24 °C badkamer, 18 °C overige ruimtes, 16 °C zolder; koudebruggen + 0,05 W/m²K |
| ramen en ventilatie | ramen U 1,1 en g 0,5; ventilatie D met 85 % warmteterugwinning; luchtdichtheid n50 1,5 h⁻¹ |
| zomer | EnergyPlus, ontwerpdag Brussel 29,0 °C, koelen tot 26 °C, zonder zonwering; voorgevel naar het noordwesten |